Zelf akten maken
Waardeer uw notaris Zoek uw notaris

Leningen en schenkbelasting

Er worden ons veel vragen gesteld over het al dan niet in rekening moeten brengen van een rentevergoeding bij leningen. En zo ja, hoeveel deze dan zou moeten bedragen. Is het altijd 6%? Hieronder een heldere uiteenzetting.
Het vertrekpunt is dat er over de hoofdsom een zakelijke rente moet worden vergoed. Hoeveel dat is, is afhankelijk van aspecten als bijvoorbeeld:

  • Zijn er zekerheden verstrekt?
  • Wat is de actuele rentestand?
  • Hoe lang loopt de lening en de rente?

Er zijn twee hoofdcategorieën te onderscheiden: de direct opeisbare lening en de niet direct opeisbare lening. Die eerste variant werd tot 2010 vaak gebruikt om kinderen een renteloze lening te kunnen verstrekken. Op verzoek van de ouders moesten de kinderen deze lening, zo werd overeengekomen, direct aan hun ouders kunnen aflossen. De vraag was altijd al wel hoe reëel die eis was. Vanaf 2010 is in de wet opgenomen dat deze constructie niet meer werkt. Er moet dus altijd een zakelijke rente betaald worden.

1. Niet direct opeisbare lening

In beginsel geldt dat bij een niet direct opeisbare lening die geen rente draagt dan wel een onzakelijk lage rente een schenking zal worden geconstateerd. Van belang is dan wel de looptijd van de lening, om precies te zijn langer of korter dan 1 jaar.

Voor niet opeisbare leningen met een looptijd van korter dan een jaar is het voordeel gelijk aan het verschil tussen de nominale waarde en de contante waarde van de lening (de waarde in het economische verkeer op het tijdstip van verkrijging). In dat geval is namelijk geen sprake van een genotsrechten.

Voor niet direct opeisbare laag rentende dan wel renteloze leningen met een looptijd van langer dan een jaar geldt dat de gekapitaliseerde waarde van het vruchtgebruik op de geldlening geacht wordt ineens te zijn geschonken. Schenkbelasting is dan verschuldigd over het gekapitaliseerde verschil van 6% en de bedongen rente.

Voorbeeld 1.
Mevrouw verstrekt in 2011 aan haar zoon (van 37 jaar) een lening van € 500.000 ter financiering van een effectenportefeuille, met een jaarlijkse rente van 0,5%. Aannemelijk is dat dit niet als zakelijk kan worden aangemerkt. De lening is opeisbaar op het moment van overlijden van de dochter. Voor haar geldt een factor 14 (artikel 6 uitvoeringsbesluit SW). De gekapitaliseerde waarde van de gift bedraagt 14 x (6% – 0,5%) van  € 500.000 =  € 385.000. Over € 385.000 is in 2011 schenkbelasting verschuldigd.

2. Direct opeisbare lening

Voor 1 januari 2010 kon geen schenkingsrecht worden geheven in het geval van een renteloze direct opeisbare lening, (Hoge Raad 26 februari 1986 nr. 23.336). Om tot een schenking te kunnen constateren moet sprake zijn van een voltooide vermogensverschuiving en dat is niet aan de orde.

Per 1 januari 2010 is in de successiewet artikel 15 opgenomen, inhoudende dat indien sprake is van een direct opeisbare lening die geen rente draagt, of waarbij de rente niet als zakelijk kan worden aangemerkt, de schuldeiser wordt geacht een fictief vruchtgebruik te hebben geschonken aan de schuldenaar. Het gaat hierbij overigens enkel om schenkingen tussen natuurlijke personen. Op grond van de fictiebepaling van art. 15 wordt de schuldenaar dus geacht het vruchtgebruik over de vordering te hebben verkregen. Voor de omvang van het vruchtgebruik moet worden gerekend met een vast rentepercentage van op dit moment 6%. Ingeval de lening niet renteloos maar laagrentend is, moet worden gerekend met het verschil tussen 6% en het gehanteerde percentage.

Voorbeeld 2:
Meneer verstrekt op 1 januari  2013 een renteloze, direct opeisbare lening aan zijn zoon (47 jaar) van € 500.000. Op 30 juni 2013 lost zoon de lening weer af. De zoon wordt geacht 6/12 gedeelte van het jaarlijkse vruchtgebruik als schenking te hebben verkregen. De schenking bedraagt 6/12 x (6% van € 500.000) = € 15.000.
Indien geen sprake is van een renteloze direct opeisbare lening, maar de zoon aan zijn vader 2% rente betaalt, bedraagt de schenking 6/12 x (6% -/- 2% van € 500.000) = € 10.000.

Wat is direct opeisbaar?

In de wettekst is niet aangegeven wat verstaan dient te worden onder 'direct opeisbaar'. In de nota naar aanleiding van het verslag heeft de Staatssecretaris aangeven dat onder directe opeisbaarheid moet worden verstaan elke lening die rechtens of feitelijk, direct of indirect opeisbaar is met een termijn van korter dan één jaar.

Voor welke leningen?

Artikel 15 SW is alleen van toepassing op een geldlening die direct of indirect aan een natuurlijk persoon is verstrekt door een natuurlijk persoon, die daarbij niet handelt in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf. Indirect houdt in dat tussenschuiven van een derde (zoals een B.V.) in beginsel niet werkt.



2 Okt 2013


Waardeer het artikel Leningen en rente

Leningen en rente heeft een waardering van 6.8 / 10 punten met 5 beoordelingen.



naar boven
Contact

Estate Plannings Juristen
Oldenzaalsestraat 125
7514 DP Enschede

t : 053 432 72 00
f : 053 431 34 24
e : info@estateplanningsjuristen.nl